DNA en erfelijkheid

DNA en erfelijkheid

We denken vaak dat we zelf bepalen hoe we eruit zien en hoe we ons gedragen, maar veel van onze kenmerken zijn al voor de geboorte bepaald. Hoewel de omgeving en leefgewoonten ook een rol spelen, is een groot deel van de informatie erfelijk en deze informatie komt dus eigenlijk rechtstreeks van onze ouders. Dit gedeelte wordt ook wel het DNA genoemd.

DNA ziet er uit als een soort van wenteltrap, het zijn eigenlijk twee DNA-draden die samen een dubbele helix vormen. De zijkanten van de DNA draden bestaan uit suiker en zuur en de treden van de trap bestaan uit vier verschillende basen, namelijk adenine, thymine, cytosine en guanine. Het DNA bevindt zich in de kern van onze cellen en elke keer als onze cellen zich vermenigvuldigen, dan zal het DNA ook worden gekopieerd naar de nieuwe cel.

Iedereen heeft een eigen unieke DNA-code die onze erfelijke eigenschappen bevat. De DNA code is samengesteld uit 46 chromosomen. Deze chromosomen worden tijdens de bevruchting van een eicel vast gelegd. Er komen 23 chromosomen van de eicel en 23 chromosomen van de zaadcel.

Welke chromosomen van de van de zaadcel komen en welke chromosomen van de eicel komen is van te voren niet bekend en dit zal tijdens de bevruchting van de cel worden bepaald. Je DNA kan op basis van de bovenstaande informatie al uit vele miljoenen verschillende samenstellingen bestaan, maar het is zelfs nog iets complexer.

Het blijft daar namelijk niet bij en door het natuurlijk fenomeen recombinatie of crossing-over, waarbij chromosoomparen van de eicel en de zaadcel DNA-fragmenten uitwisselen, zijn er nog meer mogelijkheden. Na deze operatie zijn er in totaal ongeveer 70 biljoen verschillende mogelijkheden en de kans dat een broer of zus dus hetzelfde DNA materiaal heeft is dus uitermate klein.